Meer voordeel
Wie een rijwoning renoveert van het energielabel F (het slechtste niveau in Vlaanderen) naar D, haalt daar gemiddeld 43.000 euro financieel voordeel uit. Het gaat om het verschil tussen de renovatiekosten en de voordelen (waardestijging van het pand, energiebesparing...). Krikt die persoon het energielabel later nog op naar A, het hoogste niveau, dan is het bijkomende voordeel met 14.500 euro beperkter. Dat blijkt uit een studie van het vastgoedplatform Realo, de vastgoedadviseur CFP Green Buildings en ING België.Voor een vrijstaande woning is het voordeel door een verbetering van het label F naar D gemiddeld 40.500 euro en voor een sprong van D naar A 7.000 euro. Voor een appartement kan het nadelig zijn helemaal tot A te gaan. Wie de energieprestaties verbetert tot het label D, haalt daar zo'n 24.500 euro voordeel uit, maar wie verder renoveert tot A, blijft achter met een financieel nadeel van 13.000 euro. Bij appartementen komen de ingrijpendste en duurste renovatiekosten pas op het einde, terwijl de waardestijging door een beter epc-label klein is.
In de berekeningen wordt rekening gehouden met een koppel zonder kinderen in de hoogste inkomensklasse. Koppels met een lager inkomen of met kinderen zullen een beter resultaat krijgen, omdat ze meer steun krijgen van de overheid.
Renovatieplicht
Dat het interessanter is om tot een label D te renoveren dan tot een label A, komt doordat alleen de huidige renovatieplicht al helemaal in de vastgoedprijzen is verwerkt. Wie een woning met een hoog energieverbruik koopt (labels F en E), moet die in Vlaanderen binnen vijf jaar verplicht renoveren tot minstens een label D. Daardoor krikt een energetische renovatie vooral bij de lage epc-waarden de waarde van het vastgoed op. Bij hoge labels is het effect beperkter.'De prijskloof tussen energieverslindende woningen en energiezuinige woningen is in 2023 verder vergroot', zegt Fabrice Luyckx van Realo. 'De renovatieplicht heeft een duidelijke impact op de vraagzijde van de markt. Terwijl de prijzen van energieverslindende woningen zijn gedaald, zijn de prijzen van energiezuinige woningen met een label A of B verder gestegen.'
De regelgeving zal strenger worden, waardoor alle woningen op termijn tot een label A gerenoveerd moeten worden. Dat zit nog niet helemaal verwerkt in de vastgoedprijzen. Als eigenaars van een huis met een D-label besluiten het in 2040 te verkopen, dan zal de koper verplicht zijn het energetisch te renoveren. Die kosten zullen op dat moment in het aankoopbudget worden opgenomen en het financieel voordeel van een renovatie naar het label A zal groter worden.
Rijwoningen en appartementen
Een opmerkelijke vaststelling in het onderzoek is dat de epc-score bij rijwoningen een grotere invloed heeft op de woningwaarde dan bij vrijstaande woningen. Dat is vooral het geval bij hogere epc-labels. Volgens ING is dat te verklaren doordat rijwoningen voornamelijk in stedelijke gebieden staan, waar een kapitaalkrachtiger kooppubliek woont dat veel belang hecht aan een betere epc-score.Dat voor een appartement het effect op de waarde negatief kan uitdraaien bij een renovatie tot het label A, komt doordat veel appartementen gekocht worden door investeerders om ze te verhuren. 'De epc-score heeft minder invloed op huurprijzen dan op verkoopprijzen, omdat huurders vaak tijdelijk in een appartement plannen te wonen', zegt Wouter Thierie, vastgoedeconoom bij ING.
Renovatiekosten
Voor de kostprijs van de renovatiewerken hield de studie alleen rekening met de materiaalprijzen en de kosten voor de uitvoering van de energiebesparende maatregelen. Er werd geen rekening gehouden met btw, projectmanagement of met bijkomende werken en verfraaiingswerken die vaak gepaard gaan met energetische renovatiewerken.'Zo zal je bij het isoleren van je vloer in sommige gevallen ook deuren moeten ophogen en een nieuwe vloer moeten leggen', zegt Floor Rekers van CFP Green Buildings. 'Die kosten zijn zo gebouwspecifiek dat we ze niet in de berekeningen meenamen. Maar zelfs als de renovatiekosten zo'n 20 procent hoger zouden zijn, komen we tot dezelfde conclusies.'
Bron: De Tijd.














































































































