Meer betalen voor energiezuinige woning.
Huishoudens zijn duidelijk ook bereid om meer te betalen voor een energiezuinige woning. De NBB-studie toont dat aan. De prijs van verder volstrekt gelijkaardige woningen verschilt immers danig naargelang het EPC-kengetal: =17% bij EPC50, +12% bij EPC150, +6% bij EPC250, -4% bij EPC450, -7% bij EPC550, -8% bij EPC650, -9% bij EPC750, -11% bij EPC850 &950 en -13% bij EPC’s met een kengetal boven 1.050.De premium in de prijs voor energiezuinigheid neemt ook toe doorheen de tijd. Het prijsverschil in plus voor een woning met een EPC-kengetal van 150kWh/m² bedroeg 6,5% in 2012, tegenover 12% nu. De meerprijs is dus bijna verdubbeld. Opvallend is dat de minderwaarde voor energieverslindende panden niet is toegenomen. De percentages zijn vandaag nog grotendeels dezelfde als in 2012. Te vermoeden valt dat heel wat gezinnen, zeker jonge kopers, net op zoek zijn naar te renoveren woningen als wat betaalbaarder instap op de woningmarkt en dat er daardoor nog concurrentie is voor deze panden.
Seizoenseffect
Nog een opvallende en enigszins vreemde vaststelling betreft het seizoenseffect bij verkoop. We weten al langer dat er in bepaalde periodes van het jaar meer verkopen zijn dan in andere. Dat is het gevolg van gedragseffecten: eigenaars blijken bijvoorbeeld minder de stap te zetten richting verkoop in de zomermaanden. Uit de studie blijkt echter dat er ook een ander seizoenseffect speelt, wat minder te verwachten is. De onderzoekers constateren immers dat de panden die in de lente en de zomer aangeboden worden op de vastgoedmarkt wat groter zijn en een grotere tuin hebben. Het aandeel van de vrijstaande woningen zou in die periode ook groter zijn. Het is echt koffiedik kijken wat in deze mogelijks de redenen zouden kunnen zijn.Tendensen tijdens corona
Het rapport zoomt ook in op de tendensen tijdens het eerste coronajaar (Q2 2020 tot en met Q1 2021). Daarbij constateert men dat de prijzen zeer stevig stegen (+9%), zonder dat dit deze keer weerspiegeld was in een verandering in de kwaliteit van de verkochte huizen. Het aandeel vrijstaande woningen, de gemiddelde grootte van de tuin en de gemiddelde oppervlakte binnen de verkochte huizen bleven allemaal gelijk. Ook de prijzen van appartementen stegen stevig maar niet zo sterk als bij de woonhuizen. De prijzen in steden stijgen tot slot een stuk sneller dan op het platteland en in meer rurale gebieden. Dat is al twee decennia lang zo en corona heeft hierin geen trendbreuk ingehouden. De prijzen stijgen ook sneller aan de Kust en in gebieden met een substantieel aandeel vakantiewoningen, wellicht een indicatie van een hogere interesse in de aankoop van een tweede verblijf.Bron: P. Reusens, F. Vastmans en S. Damen, The impact of changes in dwelling characteristics and housing preferences on Belgian house prices, https://www.nbb.be/doc/ts/publications/economicreview/2022/ecorevi2022_h2.pdf.














































































































