Vervolgens wordt deze minimale energieprestatie-eis met tussenstappen verder verstrengd.
Tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2045 verschillen de normen dus naargelang het aangekochte goed een huis of een meergezinswoning is: telkens liggen de eisen één label hoger bij de huizen. Ijkpunt is telkens de datum van het verlijden van de authentieke aankoopakte.
Om controles mogelijk te maken legt de regering de verplichting op om binnen vijf jaar na een authentieke aankoopakte een nieuw EPC te laten opmaken (waaruit dat moet blijken dat de energie-efficiëntie (voldoende) is verhoogd).
Toch ook belangrijk: er zijn twee uitzonderingen voorzien. Zo is men vrijgesteld in geval van sloop binnen vijf jaar na de authentieke aankoopakte. Daarbij worden geen specifieke normen opgelegd in geval van heropbouw: logisch aangezien dergelijke heropbouw altijd onderworpen is aan EPB. De tweede vrijstelling is van toepassing op onroerend erfgoed.
Het spreekt voor zich dat deze residentiële renovatieplicht een bijzondere impact zal hebben in appartementsgebouwen, zeker daar waar de nieuwe eigenaar de normen zoals vooropgesteld niet kan halen middels enkel werken aan het appartement.
Informatieplicht
Net zoals bij de renovatieplicht voor niet-residentiële gebouwen zal je als vastgoedmakelaar opnieuw een extra informatieplicht in acht moeten nemen. Meer bepaald zal je geïnteresseerde kopers moeten wijzen op het feit dat er een renovatieplicht geldt en dat ze daarover op de website van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap meer informatie kunnen terugvinden.Deze informatieplicht zal gelden van zodra de authentieke akte na 31 december 2022 verlijdt. Wanneer bij definitieve goedkeuring de datum van 1 januari 2023 bevestigd wordt, zullen we vanuit CIB dan ook anticiperen en tijdig de nodige vermeldingen in onze modellen voorzien. Net zoals we dat deden voor de renovatieplicht niet-residentieel.
Sanctie
Wanneer na 5 jaar geen nieuw EPC is opgemaakt waaruit blijkt dat de woning aan de minimale energieprestatie-eis beantwoordt, zal het VEKA een administratieve geldboete (kunnen) opleggen van 500 tot en met €200.000. Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de verplichting alsnog moet worden nageleefd. Bij gebreke daaraan wordt opnieuw een geldboete vastgelegd, alsook wederom een nieuwe termijn. En zo tot in perpetuum of tot wanneer de woning voldoet.VEKA gaat overigens in haar berekeningen uit van een gemiddelde boete van €5.000.
De handhaving verloopt efficiënt, aangezien ze kan gebeuren via de EPC-databank op quasi geautomatiseerde wijze. Bij een raming van 5% van de verkopen waarbij de koper in gebreke blijft, mag VEKA rekenen op een jaarlijkse opbrengst van 10 miljoen euro.














































































































